De Maan
Of
Wat er besloten ligt in een Satellietpositie
22.18
bladzijde 18 van 24
Virtuele en reële beelden
Met gebogen spiegels kunnen, al naar gelang de afstand van het voorwerp tot het middelpunt en brandpunt, zowel virtuele als reële beelden worden gevormd. (22.18.a)
De holle spiegel
a. De holle spiegel biedt aan een voorwerp dat er dichtbij staat een vergroot virtueel beeld ten opzichte van de werkelijke afmetingen. Naarmate het Ik dichter bij het brandpunt komt te staan verliest het beeld gaandeweg z'n contouren en wordt ten slotte onbepaald.
Het Ik dat zich met dit spiegelbeeld identificeert waant zich aanvankelijk groter dan hij is, om zichzelf ten slotte te verliezen.
Deze spiegeling werkt dus divergerend, dat wil zeggen uitwaaierend, de ik-vorming niet bevorderend. Op Bali is deze ontwikkelingslijn algemeen gebruikelijk.
Afgezien van opvoedingssituaties kan deze spiegelwerking in het intermenselijk verkeer dienstig zijn om grenzen te verdoezelen en een al te confronterende beeldvorming te voorkomen. Echter, met het onvindbaar worden van de eigen grenzen wordt het Ik dan voor z'n ik-gevoel afhankelijk van zijn omgeving.
b. Het reële beeld ontstaat wanneer het voorwerp achter het brandpunt en het middelpunt komt te staan. Het beeld wordt dan verkleind; het is nu niet meer in de spiegel te zien, maar daar vóór. Het wordt als een reëel beeld voor de spiegel neergezet. Deze spiegeling werkt convergerend, dat wil zeggen ik-vormend.
Het Ik krijgt hierin zichzelf verscherpt terug te zien, maar krijgt het beeld ook binnen zijn bereik, kan er concreet vat op krijgen. Ook is het met deze projectie mogelijk om doelgericht een beeld op iemand af te drukken. Wanneer dit te heftig gebeurt, brandt het beeld in waardoor het Ik van de ander er (soms blijvend) door bezet wordt.
Bij persoonssterke mensen zijn deze werkingen goed merkbaar. Bij onbewustheid ervan overheerst het eigen belang, met de ich-planeten als instrument. Wanneer men hierop meer wakker wordt, kan ook het Es mee gaan doen in het aangeboden beeld. Dit is het werkterrein van de pedagoog.
De bolle spiegel
Bij een bolle spiegel ligt het brandpunt achter het spiegelvlak. Het Ik bolt zichzelf hier op, krult als het ware om zichzelf heen, plaatst zichzelf in het centrum en toont de omgeving kleiner dan hij is. De toeschouwer krijgt in deze spiegel overzicht over een groter gebied, zoals bij een autospiegel.
Ieder beeld dat voor meerdere mensen tegelijk van belang is kan door deze spiegel worden aangereikt. Acteurs, musici, schrijvers en redenaars geven ons zo een voorstelling van hun uitbeelding en visie. Tijdens hun optreden zetten zij zichzelf uit, maken zich groter en houden hun publiek vast in hun aura. Zij boeien letterlijk hun lezers en toehoorders.
Ook de sergeant die met opgebolde zeilen z'n troepen aanvuurt werkt met een bolle spiegel. En er zijn ook mensen die de aandacht willen hebben gewoon om de aandacht. Ook zij leggen het brandpunt in zichzelf.
De vlakke spiegel
Een vlakke spiegel geeft een beeld terug zonder ik-intentie; de spiegelaar is neutraal, ongericht en objectief. Ook de omhulling, binding en het vermogen tot beeldvorming en reële projectie die de holle en bolle spiegel kunnen bieden, zijn dan afwezig.
Echo en Klaagmuur
Een weerkaatsend oppervlak kan ook dienen om geluid terug te geven als echo. We zijn dan voor elkaar een klankbord.
Bij een volkomen vlak oppervlak wordt men ten slotte tot klaagmuur. Met eindeloos geduld hoort deze onze nood en geheimen aan en neemt die in zich op.
Een echte klaagmuur ontwikkelt met de hem toevertrouwde informatie geen eigen doel. Hij is altijd op zijn plek te vinden en zwijgt. Hierin wordt troost ervaren en een verzachting van eenzaamheid. Hier werkt de Maan wel op een heel bijzondere wijze samen met Saturnus. Hij is in de wereld, maar niet van de wereld.
Aanzuigen en inblazen
Ten slotte kan in deze kennismaking met de bijzondere instellingen van de Maan in haar een aanzuigende of inblazende werking worden bespeurd; deze werking zullen we opnieuw herkennen bij de behandeling van de planeten buiten de baan van Saturnus en bij de aspecten op de uitgaande en ingaande boog.
In latere teksten hoop ik verder te werken met de diverse persoonlijkheidsstructuren die met deze inwerkingen en de aspectontwikkeling op de in- en uitgaande boog samenhangen.
literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,